De rijke geschiedenis van Hilvarenbeek

Hoewel de gemeente Hilvarenbeek pas officieel bestaat sinds 1810, heeft het een rijkere geschiedenis dan dat. Wie zich even verdiept zal al snel ontdekken dat het verhaal van Hilvarenbeek al zo vroeg begint als de prehistorie. We nemen je tijdens deze sprong in het verleden alvast even mee in enkele van de meest opvallende periodes van Hilvarenbeek. 

Eerste sporen: de prehistorie tot de Romeinse tijd

Opgravingen op het grondgebied van Hilvarenbeek hebben aangetoond dat er tijdens de prehistorie al bevolking was op deze locatie. Zo werden er onder meer stenen en bronzen bijlen gevonden die op niets anders dan menselijke activiteit kan wijzen. Een van de belangrijkste ontdekkingen vond plaats in 1957 toen een volledig urnenveld werd uitgegraven dat zou dateren uit de Late Bronstijd. Misschien een nog grotere vondst werd gemaakt in 2001. Toen werden sporen van een Romeinse nederzetting gevonden in het Diessens Reuseldal. Het is niet toevallig dat beide ontdekkingen plaatsvonden bij de riviertjes van Hilvarenbeek. Niet alleen gaat het hier om vruchtbare grond, maar water maakte ook leven in deze streek mogelijk. 

Daarnaast zijn het ook net deze rivieren in combinatie met de zandgronden uit de IJstijd die het landschap hebben gevormd en gezorgd hebben voor een beschutte locatie voor de bewoners uit die tijd. Tijdens de Romeinse periode zou Hilvarenbeek Taxandria genoemd hebben. Na de val van het Romeinse rijk, vestigden de Franken zich in dit gebied en richtten ze een gouw op. 

De Middeleeuwen: groei van een heerlijkheid

Pas vanaf de Middeleeuwen gingen kleine nederzettingen ook gaan uitgroeien tot dorpen. Dat was ook het geval bij Hilvarenbeek. Vermeldingen in een oorkonde maakte duidelijk dat er bij de samenvloeiing van de twee beken een kerk werd gebouwd. Deze was gewijd aan Sint-Petrus´-Banden. Restanten van deze kerk werden ook degelijk gevonden wanneer in de jaren zestig werken werden uitgevoerd aan de huidige kerk. Hilvarenbeek had een grote religieuze invloed op de streek in die tijd. Het was een dekenaat dat wellicht tot de grootste van het Kempenland behoorde. Het werd mettertijd zelfs een kapittelkerk, wat ervoor heeft gezorgd dat Hilvarenbeek uitgroeide tot een religieus en cultureel centrum tijdens de vijftiende eeuw. 

Ook op bestuurlijk vlak groeide Hilvarenbeek uit tot een groot gebied. Het stond onder leiding van twee halfheren, de Hertog van Brabant en de prins-bisschop van Luik. Het dorp maakte samen met Diessen, Westelbeers en Riel deel uit van de heerlijkheid Hilvarenbeek. Meer nog, het verwierf bepaalde rechten zoals het marktrecht. 

Een recht die het niet verwierf was het bouwen van een verdedigingsmuur. Dit leidde tot de verwoesting van het dorp in 1388 door de Geldersen. Toch was dit niet per se een donkere periode in zijn geschiedenis, want de verwoesting zorgt ervoor dat het dorp uitgroeide tot een welvarende plaats. Het kwam langs een handelsroute te liggen en werd zelfs belangrijk voor de textielnijverheid. Helaas ging dit ook gepaard met een periode van armoede en zelfs hongersnood. 

De Tachtigjarige oorlog: einde van een welvaartsperiode

In 1568 brak de Tachtigjarige oorlog uit. Het betekende het einde van een periode waarin Hilvarenbeek vooral welvaart kende. Spaanse troepen plunderden in de hele regio en landbouw werd de belangrijkste bron van inkomsten in Hilvarenbeek. Iets wat je tot vandaag de dag nog kunt aanschouwen. 

Deze neergang zou duren tot 1810 waarna een Franse bezetter de kentering inzette. Diessen en Hilvarenbeek werden zelfstandige gemeenten en dit is ook wanneer Hilvarenbeek officieel werd opgericht. In die tijd was het echter nog een pak kleiner dan vandaag met slechts een 800-tal inwoners. 

Het begin van hun officiële geschiedenis verliep echter moeizaam. Het rijk van Napoleon kwam ten val, en ook de Belgische opstand begon in 1830. Hilvarenbeek kreeg dus heel wat passage van troepen die hier ook hun kwartier maakten. Smokkel maakte een deel uit van de inkomsten van heel wat inwoners. 

De weg naar de twintigste eeuw

Bij de aanloop naar de twintigste eeuw, ging alles echter in een stroomversnelling. Boeren gingen gebruik maken van kunstmest wat het rendement van de oogst flink verhoogde. Ook andere bedrijven maakten hun opwachting en de economie groeide. De katholieke kerk had nog een grote stempel op het hele gebeuren en zowel Hilvarenbeek als Diessen kregen een eigen parochie. De Tweede Wereldoorlog zorgt voor een stop in de groei. Na de capitulatie van de Duitsers veranderde het beeld van beide dorpen voorgoed.  Hilvarenbeek kreeg te maken met een cultuurshock door de komst van veel niet-Brabanders terwijl Diessen zijn agrarisch karakter van voor de oorlog behield.